Ann W. Mogelijk gemaakt door Blogger.
RSS

9 misverstanden over borstvoeding

Drie jaar geleden stond ik voor de keuze: borstvoeding geven of niet. Mijn eerste zoontje zou geboren worden en flesvoeding was zo wat de norm bij iedereen in mijn omgeving. Toch sprak het idee mij enorm aan: mijn baby die door melk uit mijn lichaam gevoed zou worden en knus aan mijn borst zou hangen. We gingen tijdens mijn eerste zwangerschap naar een infomoment over borstvoeding en de voordelen bleken enorm, zowel voor mijn kind als voor mezelf. Hoe kon ik dat allemaal weten en niet voor borstvoeding kiezen? Drie jaar later geef ik al elf maanden (and counting) borstvoeding aan mijn jongste dochter. Mijn zoontje heb ik bijna zeven maanden borst gevoed. En wat ben ik blij met die keuze!

Toch is het nog steeds niet de norm om je kind borstvoeding te geven en als er al voor de borst gekozen wordt, stopt de mama in kwestie er na drie tot zes maanden mee. Met mijn elf maanden begin ik zo stilaan bij de langvoeders te horen. Dat moet veranderen. Borstvoeding zou meer aanvaard mogen worden en meer als eerste optie gezien mogen worden i.p.v. iets waarvoor de mama zich op den duur zelfs moet verantwoorden. Geen “ik zal het proberen” meer, maar “ik ga het doen”. Om die beweging mee mogelijk te maken, zijn er alvast enkele misverstanden over borstvoeding (waar ik vroeger zelf van overtuigd was) die ik de wereld wil uithelpen.

1. Hap en klaar

Drie jaar geleden geloofde ik nog dat het zo simpel was: baby aan de borst, zuigen, melk drinken en klaar. Ja, het is zo simpel… én eigenlijk ook niet. Toch zeker niet in het begin. Dan kan er vanalles “mis” gaan: je baby kan de verkeerde zuigtechniek hanteren, je moet hem helpen goed aan te leggen, je tepels kunnen kloven krijgen of ontsteken, sommige kindjes zijn luie drinkers (here here) en stimuleren je productie niet genoeg, je productie kan sterk achteruitgaan of zelfs helemaal verdwijnen… Maar daarom zijn er vroedvrouwen die ons met al hun kennis en steun kunnen bijstaan, én die aan huis komen. Thank god!

2. Als je geen melk meer hebt, moet je stoppen.

Dat is een fabeltje dat mijn vroedvrouw al snel ontkracht had. Na de geboorte van mijn zoontje viel mijn melkproductie na tien dagen weg. Ik huilde tranen met tuiten en belde in paniek een vroedvrouw op. Zij kon me gelukkig geruststellen en zei dat ik door kolven mijn productie terug tot leven kon wekken. Gewoon twee dagen elke voeding kolven, ook al komt er niets uit op dat moment. Ze had gelijk; twee dagen later was de melk er weer. En mijn zoontje heeft nog zes maanden kunnen drinken.

3. Het is moeilijk.`

Dat is een misverstand en ergens ook niet. Borstvoeding geven gaat niet persé vanzelf, bij mij toch niet. Bij baby nummer één heb ik altijd moeten bijkolven om mijn productie op pijl te houden. Baby nummer twee was (en is) een moeilijke eter waardoor ik ook geregeld moe(s)t bijkolven, allerlei trucjes moest proberen om ze te laten drinken (waaronder eten geven in de draagdoek), tussendoor moest kolven en borstmelk met de fles geven (wat dan de ene dag super ging en de dag erna wou ze alleen borst), … MAAR nu ze groter wordt, gaat het allemaal makkelijker. Ik geef nog maar een paar melkvoedingen per dag en zeker als ze daarna in slaap mag vallen aan de borst is het heel knus. Momenten van onschatbare waarde. Ik zou er ondanks alle 'moeilijkheden' meteen opnieuw aan beginnen. Mama’s die geen borstvoeding geven of gegeven hebben, missen een heel intiem en mooi iets. 

4. Het is voor luie mensen.

Als dat zo was, zouden wel meer mensen het doen. Nietwaar? Maar intussen is het inderdaad gemakkelijk geworden. De eerste maanden is het echter doorbijten. En dat hoor ik wel meer zeggen.

5. Het is voor marginale mensen.

Dat is een overtuiging waar ik me voor schaam, maar ik had ze wel. Waarschijnlijk omdat borstvoeding totaal de norm niet is in mijn omgeving en ik weinig hoger opgeleide vrouwen kende die voor borstvoeding kozen. Dat is gelukkig intussen veranderd. Niet dat ik veel vriendinnen heb die borstvoeding geven, maar intussen heb ik via blogs en Facebook wel wat gelijkgestemde zielen gevonden. 

6. Je borsten zijn nadien leeggezogen theezakjes.

Ik heb mama’s ontmoet die dat effectief zullen beamen, maar ik ken ook mama’s die zelfs een cupmaatje meer hadden na het borstvoeden van hun kind. 
Mijn borsten zullen tot de theezakjescategorie behoren, maar dankzij borstvoeding ben ik ook massa’s overtollig vet kwijt en past de rest van mijn lichaam perfect bij die platte borsten.

7. Flesvoeding is even goed.

Sofie zegt het al in haar heel interessant artikel (Het is geen tussendoortje, een kind): Je kan niet zeggen dat je borstvoeding geeft en dat het beste vinden, zonder (de meeste) ouders die flesvoeding geven op de teen te trappen. Maar zonder oordeel of veroordeel, borstvoeding is gewoon het beste en de meest gezonde optie voor je kind.

8. “Als het lukt…”

Nog voor mijn eerste kindje geboren werd, plakte ik snel die zin aan mijn antwoord als mensen me vroegen of ik borstvoeding wou geven. Alsof ik me op voorhand al excuseerde, moest ik uiteindelijk toch flesvoeding geven. Er is volgens mij een soort laksheid gekomen. Borstvoeding is het beste, maar het is oké als het niet lukt. Dat is zo, maar doen we oprecht ons best voor we ermee stoppen? Hebben we echt alles geprobeerd? Ik ken ook mama's die graag borstvoeding wilden geven, maar die toch gestopt zijn. Vooral omdat ze hun partner of netwerk niet mee hadden.
Uiteindelijk heb ik echt voor de borstvoeding moeten werken, nee, moeten vechten. Gelukkig had ik de steun van mijn man en vroedvrouw, maar het deed me wel beseffen hoe belangrijk dat netwerk is. Soms heb je iemand nodig die zegt dat je niet op mag geven, dat je goed bezig bent, dat je een goede mama bent. Geen "Stop toch gewoon als het niet meer gaat", "Waarom blijf je al die moeite toch doen?" of "Ik snap niet waarom je nog borstvoeding geeft."
Met wat meer steun, begrip en acceptatie vanuit de omgeving, zou borstvoeding vaker 'lukken'.

9. Zes maanden borstvoeding geven is lang.

Ik geef nu elf maanden borstvoeding en zelfs dat is nog niet lang. Twee jaar raadt de WHO aan en tot het kind zeven jaar oud is, is hij gebaat bij moedermelk (zei onze vroedvrouw). 
Toen ik voor de zes maanden controle naar Kind en Gezin ging, vroeg de verpleegster of ik al rare opmerkingen kreeg over het feit dat ik nog borstvoeding gaf. Dat op zich vond ik een rare opmerking. Het voelde helemaal niet gek om dat klein, nog van mij afhankelijk wezentje, aan mijn borst te zien hangen. En het voelt nog steeds erg juist en natuurlijk.


Dan rest me alleen nog...

Sorry aan alle mama’s die ik misschien ooit zelf scheef bekeken heb. Het is oké dat ik een beetje borst zie wanneer je eten geeft aan je kleintje. Het is oké als ik een glimps opvang van je tepel wanneer je baby net loslaat. Het is oké dat je peuter op je schoot kruipt en om papje vraagt. Het is oké om je kind te voeden terwijl ik aan de tafel ernaast eet. Het is meer dan oké. Het is supermooi.


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Terugblik

Ik hou van blogposts waarin de auteur vertelt waar zij (ik kies voor het vrouwelijke geslacht omdat ik eerlijk moet bekennen dat ik meestal vrouwelijke blogsters lees) op dat moment mee bezig is. Welk boek is ze aan het lezen, welke film heeft zopas haar hart gestolen, welk nieuw gerecht is zwaar gelukt of mislukt, … ? Twee jaar geleden heb ik voor het eerst een eigen “As we speak” geschreven (zo noemen deze berichten op de bekende blog Tales from the crib) onder de noemer "Momenteel". Enthousiast wou ik de draad van deze poging tot rubriek opnemen. Tot ik aan een “Momenteel” begonnen was die intussen al weer lang niet meer momenteel is. Nee, een terugblik, dat werkt voor mij veel beter. Een samenvatting van wat mij de afgelopen maand zoal bezig hield. Het resultaat is hetzelfde: de lezers zijn weer helemaal mee met wat er zich in mijn wereldje afspeelt. Hoera!

De afgelopen maand was ik een boek aan het lezen met de titel “Kies voor geluk”. Dit geeft perfect weer wat voor mij de laatste tijd centraal staat: de zoektocht naar geluk. Ik heb het ZWAAR gehad. Tijdens de herfst- en wintermaanden eigenlijk. Met de komst van de lente (deels toeval, deels waarschijnlijk niet) is het tij aan het keren. Intussen ben ik drie keer met een psycholoog gaan praten (nu ben ik pas echt een cliché: een therapeut die zelf in therapie is) en heb ik al verschillende kleine stapjes in de goede richting gezet. Traag maar gestaag doen deze hun werk.

Onderdeel van mijn weg naar geluk, is het zoeken naar een nieuwe hobby. Zo heb ik me recent aangesloten bij een meditatiegroepje dat maandelijks samenkomt. De eerste sessie was een erg fijne ervaring die me geholpen heeft mijn kindjes terug als energiegevers te zien en niet enkel als energiezuigende monstertjes (want dat kunnen ze ook zijn). De tweede sessie is een beetje in het water gevallen (lees: ik ben als enige komen opdagen) en de derde sessie is niet op de afgesproken datum doorgegaan (waardoor ik niet aanwezig kon zijn). Zo’n dingen zijn voor mij not done dus de kans dat ik ga afhaken, wordt meer en meer reëel. Misschien verder zoeken?

Ik ben nu al bijna een jaar fulltime thuisblijfmama en als ik één ding geleerd heb, dan is het dat ik activiteiten naast het mama zijn nodig heb om in balans te blijven. Maar wie niet? Naast een nieuwe hobby wil ik iets zoeken dat mijn verlangen naar zelfontplooiing meer voedt. Ik overweeg om terug vrijwillig therapie te geven. Dat heb ik ongeveer vijf jaar gedaan op TEJO (therapeuten voor jongeren) en met enorm veel plezier. Ik mis het gevoel van iets te betekenen, bij te dragen aan de maatschappij, de warmte die ik daar voelde, de contacten met even rare mensen als ik, … Melancholische zucht.

Eenzaam, zo heb ik me lang gevoeld. Want fulltime thuis zijn, is nu eenmaal veel alleen zijn met de kinderen. Blijkbaar is het dus waar dat je die conversaties met volwassenen nodig hebt. Ik denk dat ik veel uitstapjes en bezoekjes vermeden heb toen ik niets anders deed dan pipi dweilen van de grote man en mijn borst in de mond van mijn kleine meid proppen. Maar eindelijk is de kleine man nu zindelijk (wat een overwinning!), gaat hij naar school en is de kleine dochter groter, eet ze vast voedsel, … Nu spreek ik terug meer af met vrienden, ga ik weer geregeld op familiebezoek, sla een praatje met de ouders aan de schoolpoort of de buurvrouw, … Kleine dingen die echt een verschil maken. Dan toch.

Wist je dat ik trouwens enorm ben afgevallen? Eerst vond ik dat best fijn. Ik kon eten wat ik wou en leek toch gewicht te verliezen. Dankjewel borstvoeding! Tot ik amper 50 kg woog (zelfs minder) en toch maar eens langs de dokter besloot te gaan. Geen medische oorzaak te vinden. Een verrassing was dat niet. Ik wist ergens wel dat mijn lichaam gewoon besloten had om te tonen wat er al lang aan de gang was: er schoot niet veel van mezelf over.

Wat ongetwijfeld bijgedragen heeft aan mijn moeilijke periode is het autisme van de oudste zoon en de eetproblemen van de jongste dochter. In oktober begonnen de vermoedens te groeien dat onze kleine man autisme zou hebben. Het is een rollercoaster van emoties geweest. Eerst ontkenning, dan verdriet, wat angst, een groot schuldgevoel, … Centraal stond het feit dat ik me tekort voelde schieten. Het leek alsof zijn ontwikkeling stil stond en ik er met geen stokken beweging in kreeg. Met als bewijs het feit dat hij maar niet zindelijk wou worden.
Onze dochter wou intussen (nog steeds) maar net genoeg eten en net genoeg bijkomen. Hoe veel moeite ik ook deed. Ook de overstap naar vast voedsel was een strijd. Het is beter beginnen gaan van zodra ze tanden kreeg en zelf kon eten. Ik heb doorgezet en geef ik nog steeds borstvoeding, wat gelukkig geen strijd meer is en zelfs meestal erg fijne momenten geworden zijn. Niet dat ze nu ineens beter bijkomt of een grote eter geworden is, maar ik heb geleerd het (min of meer) los te laten. Eindelijk. Net zoals het autisme van mijn oudste. Ik aanvaard hem zoals hij is en we zijn blij om elk klein stapje dat hij zet. En sindsdien blijven die kleine stapjes ook met regelmaat komen. Geen toeval denk ik dan. Happy mama, happy kids.

Wie ook niet zo “happy” was met mijn grote dip is de wederhelft. De komst van baby twee was een grote verandering en heeft me toch ook deze keer weer enorm opgeslokt. Een half jaar is dat kleintje niet van mijn zijde geweken. Wat dus ook wil zeggen dat de man en ik amper quality time hebben gehad. Gelukkig is die draad intussen weer opgepikt en zetten we kleine stapjes in de richting van terug genieten van elkaars gezelschap en plezier hebben met elkaar. We proberen elke maand één keer op date te gaan en onze draai als koppel terug te vinden. Want uiteindelijk blijft hij wel degene waarmee ik graag oud zou willen worden. 

Makkelijk, nee, dat is het allemaal niet. Voor elke dag dat het me lukt om me beter te voelen, is er nog een dag waarop me dat niet lukt. Maar we houden vol.

To be continued.

En hoe is het intussen nog met jullie? Wat zou er in jullie terugblik staan? Heel benieuwd! Laat het me zeker weten!

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Brief aan de jarige


Mijn lieve jongen,

Nog even en je wordt drie jaar.  Zo groot al. De cliché’s over tijd zijn echt waar. Maar gelukkig ben je ook best nog wel klein. Je ligt nog steeds naast mama in bed en speelt met mijn haar voor je in slaap valt. Als je moe bent of pijn hebt, wil je het liefst op mijn schoot kruipen en dicht bij mama zijn. Als je iets leuk vindt, kijk je me trots aan en wil je jouw geluk met me delen. Ik kan nog steeds genieten van het geluid van jij die jezelf ‘s avonds in slaap tut en van wakker worden met de geur van ‘pipipamper’ op de achtergrond.

We weten nu een half jaar dat je autisme hebt (nog geen diagnose, maar mama en papa zijn zeker) en het is niet altijd gemakkelijk. Maar beseffen dat je een "ontwikkelingsstoornis" hebt, maakt het wel beter. Nu hebben mama en papa tenminste het gevoel dat we je beter begrijpen en kunnen we meer geduld opbrengen. Zo kan je nog steeds erg boos worden en kan je niet zeggen waarom. Mama en papa proberen je dan te troosten en het gevoel te geven dat we er voor je zijn. Vroeger durfden we al eens boos worden op jou om een driftbui of je in de hoek zetten. Dat voelde nooit echt juist en gelukkig weten we intussen waarom. Je boosheid mag er zijn en die proberen we nu gewoon te aanvaarden. We snappen dat je gevoelens soms zo overweldigend kunnen zijn dat je geen blijf meer weet met jezelf. Toch zal mama blij zijn wanneer je deze fase ontgroeid bent.

Je wil nog steeds niet praten. Natuurlijk gebruik je wel een paar woorden. Net genoeg om de belangrijkste dingen aan mama en papa verstaanbaar te maken. En je zou mijn zoon niet zijn, moesten de meeste woorden niet met eten te maken hebben: koek, ta (tomaat), ap (appel), ei, ka (chocolade) en ke (drinken). De andere helft van je woordenschat heeft met voertuigen te maken, of course: toet (auto of eigenlijk alles met wielen), 'ush' (bus) en nieuw is ook ‘actr’ (tractor). Verder zijn ‘kijk’ en ‘kaka’ (alles wat met pipi doen en het potje te maken heeft) heel belangrijke woorden in je leven.

Wist je trouwens dat mama heel trots is op jou? We zijn al een half jaar of langer rond zindelijkheid aan het werken en sinds enkele weken doe je flink pipi op het potje! Eindelijk ben je die natte broeken beu en kan je tegen je lichaampje zeggen wanneer het wel en niet pipi mag doen. Intussen ben je weeral bezig met de volgende stap: pipi leren doen op het grote toilet. Op reis in Duitsland is het al gelukt! Misschien kan je binnenkort ook op school plassen? Mama is alvast erg benieuwd en enthousiast!

Papa en ik geloven erg in jou. Natuurlijk, soms wanhopen we wel, maar dat is omdat mama en papa nog veel moeten leren, niet jij. Je hebt ons laten zien dat je echt heel wat in je mars hebt. Je ontwikkelt misschien anders dan andere kindjes, maar uiteindelijk kom je toch op hetzelfde punt terecht (of op een ander punt dat even goed is). Zo doe je het flink op school, nu ben je stilaan zindelijk en praten zal je ooit ook wel doen. Als jij daar klaar voor bent en er de zin van inziet, vooral dat laatste.

Mama is heel blij met jou. Je bent erg lief en komt graag knuffelen. Je houdt van auto’s en alles wat daarmee te maken heeft, je eet graag eitjes, spek en frietjes (tomaatjes en pasta hebben momenteel even afgedaan als dé lievelingsgerechten), na een plasje op het potje kijk je graag filmpjes op de GSM als beloning (filmpjes over auto’s, natuurlijk), papa is je grootste held en jij bent die van de zus en mama, het beste cadeau dat we je gegeven hebben is een abonnement op Plopsa, verder ben je zot van de oma en opa, je meter en onze beste vrienden (en zij zijn verzot op jou). Je kan al alleen inslapen ‘s middags, maar ‘s avonds heb je nog graag het gezelschap en het haar van mama. Je gaat graag wandelen, fietsen en spelen in de speeltuin bij ons in de buurt.

Je houdt niet van kleverige handjes, pleisters, eten morsen op je kledij, je broek die aan je enkels hangt terwijl je op het potje zit, het moment dat je uit bad moet komen en afgedroogd wordt, wakker worden, de zus die aandacht wil (vooral als je nog maar net wakker bent), plaatsen zonder internet (en dus geen filmpjes kunnen zien op de GSM van mama en papa), vreemde mensen die je aanspreken en mama en papa die ruzie maken (maar welk kindje houdt daar wel van).

Mama heeft het de laatste maanden moeilijk gehad en ik denk dat je haar soms gemist hebt. Voor jou (voor je zus en de papa) is ze zich nu aan het herpakken. Het was bovendien niet zo makkelijk om een zusje te krijgen en plots de aandacht van mama te moeten delen. Ook ik mis soms de periode waarin het nog wij met z'n tweetjes was (of drietjes als papa thuis was). Maar intussen zijn we een nieuw evenwicht aan het vinden en koester ik de band die we delen des te meer. Je bent mijn zoontje, mijn eerste baby, mijn speciale jongen. Ik hou zo ONMOGELIJK veel van je. To infinity and beyond.

Gelukkige verjaardag lieve schat!




BewarenBewaren

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Het verhaal van een slechte eter en een mama die echt heel erg moe is.

Enkele maanden is het intussen geleden, het verhaal over mijn hele slechte eter. Niet willen drinken aan de borst, alleen willen eten terwijl ik met haar rondwandelde en haar wiegde, eten moeten geven in de draagdoek, ... Kortom: ontspannen gaan zitten was er niet bij. Ik moest alles uit mijn spreekwoordelijke kast halen om mijn kleine meid voldoende te laten drinken. En dan nog kwam ze maar net genoeg bij om niet hopeloos onder de benedengrens van de gewichtscurve te vallen. (Dramatische zucht!) 

Ze is intussen acht maanden oud, mijn kleine monster. Cute as hell, maar eten is nog altijd een hekel punt. 


De afgelopen maanden

Aangezien haar gewicht soms in erg kleine sprongetjes vooruit huppelde, bleef de vroedvrouw elke week of tweewekelijks langskomen om de kleine meid te wegen. Soms was ik dolgelukkig en kwam ze 180 gram bij op een week, om daarna weer teleurgesteld te horen dat ze maar 10 gram op twee weken was bijgekomen. "Heb je een verschil gemerkt?" vroeg de vroedvrouw dan. Eerlijk, zo veel verschil leek er niet te zijn in haar eetgedrag. Het bleek moeilijk in te schatten of ze nu veel at of niet. Toen ze vier maanden oud werd, was ik zo blij dat we aan vaste voeding konden beginnen. Maar de hoop dat het eindelijk beter zou gaan, bleek vals.

De overstap naar groentepapjes is niet voor elke baby evident dus mijn man en ik bereidden ons voor op het ergste. Toch wenste ik stiekem dat het die lepel was waar ze eigenlijk al maanden op wachtte en dat het allemaal lekker los zou lopen nu ze 'vaste' voeding mocht eten. De maand die volgde heeft ze nooit gretig van haar pap gegeten. Elke hap moesten we haar afleiden, overtuigen, iets geven om mee te spelen, ... Een portie van honderd gram kreeg ze in geen honderd jaar op. Zeggen dat ze de helft at, is redelijk positief.

We hielden vol en dachten dat het alleen kon beteren. Yeah right. Ons meisje werd zes maanden oud. We mochten fruitpap starten en vlees of vleesvervanger in haar groentepap doen. Misschien zou ze dat graag eten? In tegendeel. Er veranderde zo veel voor haar op korte tijd dat ze gewoonweg stopte met papjes te eten. Elke middag zat ik met een baby die haar koppige lipjes stijf op elkaar hield, wegkeek en elke hap weigerde. Na vijf dagen 'papjesstaking' kreeg ons meisje last van zeer pijnlijke constipatie. 

Haar zo pijn zien lijden, maakte mij wanhopig. Ten einde raad besloot ik Kind en Gezin te bellen. Op hun advies zijn we met fruitpap gestopt en begonnen we terug opnieuw. Alleen groentepap van groenten, geen vlees of aardappel erbij. Dezelfde smaak dagen achter elkaar, tot ze eraan gewend was. Pas dan mocht ik een nieuwe groente proberen. We moesten er ook rekening mee houden dat ze misschien geen aardappel lustte en kijken of pasta en rijst meer succes boekten. Bovendien mocht het eten geen bron van frustratie meer zijn. Een fijn, positief eetmoment creëren; dat moest voorop staan. Het was goed nieuws dat ik nog steeds borstvoeding gaf. Zo lang ik dat deed, moest ik me niet al te veel zorgen maken.

Dat leek te werken. Na enkele dagen kreeg ik terug een aantal hapjes groentepap in de mond van mijn meisje. Kleine stapjes, kleine succesjes. Daar was ik al blij mee. Meteen na haar voeding kreeg ze melk bij om het tekort aan te vullen. Zo ging haar constipatie eindelijk voorbij. Nooit gedacht dat ik zo van sappige kakapampers kon genieten.

Met het telefonisch advies van de vriendelijke verpleegster kon ik weer een aantal dagen verder. De week daarna was het tijd voor haar zes maanden check-up bij Kind en Gezin. Daar bleek ons meisje het goed te doen qua ontwikkeling, lengte en hoofdomtrek. Haar gewicht schommelde echter nog steeds onderaan de curve. Omdat de kleine meid er wel vrolijk en gezond uitzag, vermoedde de verpleegster dat er niets aan de hand was. Toch moest ze me doorverwijzen naar de kinderarts. Een week later zat ik met mijn dochter in de wachtkamer van de arts die haar meteen na de geboorte onderzocht had.

Ik deelde mijn zorgen die intussen nog steeds in mijn achterhoofd spookten. Is het normaal dat mijn meisje zo weinig eet? Kan het dat ze last heeft van iets tijdens het eten? De dokteres luisterde wel naar mij, maar leek me niet echt te horen. Ze veegde mijn zorgen van tafel: "Ja, uw dochter zit onderaan de curve, maar er moet één kindje zijn dat op de benedengrens ligt." Ik heb dus gewoon pech dat het mijn kindje is. Zal ik dan altijd een slecht etertje in huis hebben?

Misschien niet. Intussen eet ons meisje nog steeds niet veel van de papjes. Vorige maand moesten we terug beginnen met fruitpap en daar braakte ze zelfs letterlijk van. (Duidelijk.) Wat echter wel goed lijkt te gaan is het eten van stukjes. Geef haar stukjes brood, sandwich, een hardgekookte eitje, gestoomde schijfjes komkommer, erwten, pasta, puree... en haar mondje gaat gretig open. Ze moet het zelf kunnen pakken en in haar eigenwijze mondje steken. Natuurlijk is haar motoriek nog net niet fijn genoeg en zou het handig zijn moest ze al meer dan twee tanden hebben.

Is het probleem dan echt dat ze het gewoon zelf wil doen?

Het borstvoedingsverhaal

Intussen geef ik nog steeds borstvoeding. Acht maanden. Nooit gedacht. In een reactie merkte iemand onlangs op dat het intussen wel beter zal gaan. Eerlijk, zo geweldig gaat de borstvoeding niet. Ik had altijd dat romantisch (onrealistisch?) beeld in mijn hoofd: je baby aanleggen, laten drinken, aan de ene kant, aan de andere kant en een paar uur later opnieuw. Bij sommige vrouwen loopt het misschien zo, maar bij mij dus niet.

Ik geef regelmatig gekolfde melk van de fles, maar probeer twee voedingen nog zeker aan de borst te doen. Vooral de voedingen waarbij ze in slaap valt, kunnen erg knus zijn. Overdag echter wil ze zo graag rondkijken dat het bijna een marteling is om borstvoeding te proberen geven. Soms mag ik trouwens wel even gaan zitten, maar meestal moet ik nog altijd met haar rondwandelen. En als ik rechtstreeks wil aanleggen, kan ik best in een prikkelarme/donkere ruimte zitten. Verder zuigt ons meisje eigenlijk niet hard genoeg en moet ik bijkolven om mijn productie op gang te houden. Het blijft dus best wel een hele investering. 

Toch is het al bij al die moeite waard. 

Soms kan ik echt genieten van haar aan mijn borst te zien hangen. Haar ogen dicht, genietende geluidjes makend, haar handje dat mijn blouse vasthoudt. Dan komen er heerlijke knuffelhormonen vrij en kan ik niet anders dan haar kusjes geven en aan haar haartjes ruiken. Verder is ons meisje misschien geen goede eter, maar ziek wordt ze niet veel. Misschien verandert dat nu kleine man naar school gaat, maar voorlopig lijkt ze een goede weerstand te hebben. Plus, ik ben nog nooit zo slank geweest als nu. Geen betere manier om al je babyvet kwijt te geraken. 

Mama is moe (en misschien ook een beetje depressief)

Ik zou hier een hele klaagzang kunnen doen over mijn meisje en haar eetgedrag en vergeten dat ze zo mooi en lief kan zijn, maar dat probeer ik niet te doen. Wat ik nu probeer, is het los te laten. Ik laat ze eten wat ze eet, niet eten wat ze niet wil eten. Ik doe mijn best. Ik geef wat ik geven kan en wat er nog over is, geef ik nu aan mezelf. Of aan mijn auti zoontje.

Eerlijk, mijn kinderen hebben de laatste maanden zo veel van mij gevraagd dat er nog weinig Ann overbleef. De dochter die zo slecht at en de zoon die anders bleek te zijn, hebben al mijn energie opgeslorpt. Nu probeer ik kleine stapjes in de goede richting te zetten. Ik maak tijd voor mezelf, ben op zoek naar een nieuwe hobby, ga deze week met iemand praten (in therapie gaan zou ik het nog niet durven noemen), ... In de hoop dat ik snel terug mezelf ben en weer gelukkig in het leven kan staan. Want het is misschien één van de zwaarste periodes in mijn leven, maar het zou ook één van de mooiste kunnen zijn. Alleen voel ik dat laatste nu even niet.

Dus denken jullie tussendoor een beetje aan mij?


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Is mijn zoontje anders?

Is mijn zoontje anders? Die vraag spookt al enige tijd door mijn hoofd. Aanleiding is het laatste bezoek van onze kleine man aan Kind & Gezin. Normaal zou ik de bezorgde blik van de verpleegster en haar vraag "Maakt hij altijd zo'n geluid?" gewoon negeren, maar nu raakte ze een gevoelige snaar. Er volgde een gesprek over doorverwijzen voor verdere tests en toen ze voorzichtig de woorden 'autistoforme gedragingen' in de mond nam, kon ik niet zeggen dat ik helemaal uit de lucht kwam vallen. Toch was mijn eerste reactie boosheid. Ik wou haar niet geloven. Mijn zoontje is niet anders! Of wel?


1. Ontkenning

De eerste fase in elk rouwproces is ontkenning. Je lief maakt het uit, er is iemand gestorven of... iemand zegt dat je kind anders is. Je wil het niet geloven. In mijn ogen is mijn zoontje altijd wel een gekkerd geweest, een dromer, een laatbloeier, ... maar er ging geen belletje rinkelen dat er misschien wel meer aan de hand zou zijn. Vanaf zijn twee jaar echter begon het op te vallen dat hij zich niet ontwikkelt zoals andere kindjes. Zo weigert hij nog steeds om zijn taal te gebruiken. Terwijl andere kindjes meer woorden leerden en steeds beter begonnen te praten, stopte ons zoontje met het gebruiken van de paar woorden die hij reeds kende. Mijn man en ik probeerden de kleine meneer gewoon een beetje meer tijd te geven. Met stappen was hij ook laat, misschien is het met zijn taal net hetzelfde? (Of dat maakten we ons toch wijs.) Rond zijn twee jaar en zes maanden begon het echter te knagen. Is dit nog wel normaal? En toen was er het bezoek aan Kind & Gezin...

Ik ga niet graag met onze peuterkleuter naar het consultatiebureau en zijn laatste bezoek heeft dat niet veranderd. Toen we binnen kwamen, waren er twee baby's aan het huilen. Ik weet dat dit hem overstuur maakt en hield mijn hart al vast voor het onderzoek. Eerst moest hij zijn kledij uitdoen en werd hij gemeten. De kleine man wist totaal niet wat er aan de hand was. Hij wou niet dat die twee vreemde mevrouwen dat houten stokje tegen zijn hoofd duwden en begon luid te huilen. Dat betekende de start van een driftbui die pas stopte toen we de deur van het bureau achter ons dicht trokken.

Bij de verpleegster reageerde hij op geen enkele vraag. Hij weigerde de dingen te doen die van hem gevraagd werden. Zelfs in het toestel kijken om zijn ogen te testen was er te veel aan. Een blokkentoren kon hij nog net maken, maar dingen aanwijzen in een boekje (wat hij trouwens nooit wil doen) of een puzzel maken wou hij absoluut niet. In plaats daarvan maakte hij continu een zeurend geluid om duidelijk te maken dat hij wou vertrekken. Vervolgens kwam de vraag: "Maakt hij altijd zo'n geluid?" Om eerlijk te zijn, waren wij ons er niet eens van bewust dat het geen normaal gezeur was voor een kindje van 2,5 jaar. 

Voor het eerste stelde ik mezelf de vraag: Is mijn zoontje niet normaal dan?

2. Onderhandelen

Toch bleef het antwoord op die vraag nog enige tijd: Hij is wel normaal. Hij heeft gewoon wat meer tijd nodig. Laten we gewoon afwachten en dan komt alles wel goed. Dan zal hij op het potje leren gaan (nog zo'n catastrofe, zijn zindelijkheidstraining), naar school kunnen, sprongen maken in zijn ontwikkeling en taal... Ons doel werd (en is eigenlijk nog steeds) om hem naar school te krijgen en daarvoor moesten (moeten) we zorgen dat hij voldoende zindelijk werd (wordt).

Om ons hierbij te helpen, kregen we een zindelijkheidstas mee van school. Vol materiaal om de training te ondersteunen. Vol materiaal dat onze kleine man niet interesseerde. Tot ik bedacht dat we hem misschien een filmpje konden laten zien van een kindje dat op het potje gaat. Hij kijkt namelijk zo graag naar filmpjes. Beelden dringen meer tot hem door dan woorden. Toen ik dit voorstelde aan mijn man, moest ik toegeven dat het me erg deed denken aan mijn begeleiding van jongeren met ASS. Meegaan in hun leefwereld, zoeken hoe je hen het best kan bereiken en daarop inspelen. 

Ik vroeg mezelf af of tijd echt het enige was dat mijn ventje nodig had.

3. Boosheid

Samen met het ontkennen en onderhandelen, voelden mijn man en ik boosheid. Kind & Gezin is sowieso al niet mijn vriend (lees deze blogpost als bewijsmateriaal) en nu hadden ze het helemaal verpest. Ze wilden mijn zoontje weer pushen en zitten op de kap van alle kinderen die een beetje anders ontwikkelen. Dat is toch altijd hetzelfde met hen! Ze maken ouders altijd nodeloos ongerust!

Of hadden ze nu wel gelijk?

4. Verdriet

Ik herinner me het telefoongesprek waarin mijn man me zei dat onze zoon wel meer tekenen van autisme vertoonde. Pas toen drukte ik in Google in: autisme, peuter, kenmerken. Wat stond ik verbaasd van de gelijkenissen met onze kleine man. Zo veel dingen die hij deed en die voor ons gewoon bij hem hoorden, bleken tekenen van autisme te zijn.

Voor het eerst keek ik naar mijn zoontje die al lachend in de zetel ondersteboven naar Cars aan het kijken was en voelde een pijnlijke steek in mijn hart. Een deel van mij wou dat mijn zoontje 'normaal' was, dat hij net zoals alle andere kinderen ontwikkelde en dat er niets aan de hand was. Niet omdat ik zo'n fan ben van normale mensen. Nee, mijn diepste wens voor hem, dat hij gelukkig mag zijn en dat het leven voor hem niet al te moeilijk moet zijn, kwam nu in het gedrang.

Maar ik moest ook toegeven dat het niet altijd gemakkelijk is met hem. De kleine man krijgt geregeld driftbuien en heeft nog andere minder aangename trekjes (zoals het maken van dat vervelende zeurend geluid) waarvan ik zo hoopte dat hij eruit zou groeien. Bovendien is het soms moeilijk om contact met hem te maken. Hij kan zo opgaan in zijn eigen wereldje. Zal dat dan altijd zo zijn? 

Ik huilde om het idee van mijn zoontje dat naar me keek en een gesprekje met me voerde. Iets heel eenvoudig, iets dat voor anderen erg vanzelfsprekend is...

Zal het voor ons dan nooit zo zijn?

5. Aanvaarden

We besloten contact op te nemen met een ex-collega van mij die veel ervaring heeft in het werken met autisme en die zelf een zoon heeft met deze diagnose. We zaten met een hoop vragen. Zouden we onze zoon nu al laten testen? Is dit in zijn belang?

Ze gaf ons haar advies en raadde tevens een heel mooi boek aan (Verbroken Stilte door B.N. Kaufman). Dit boek beschrijft het verhaal van een 17 maanden oude jongen die in de jaren '70 met autisme gediagnosticeerd werd en van wie de ouders besloten om dit geen einde maar een begin te laten zijn. Zij bekeken hun kind als bijzonder en investeerden al hun liefde en energie om hem uit zijn schulp te krijgen. Wat ze bereikten grenst aan het ongelooflijke.

Ik las een paar zinnen en moest meteen huilen. Ik besloot om nooit nog met medelijden naar mijn zoontje te kijken. Nooit nog te denken "Ocharme, hoe erg dat hij Autisme Spectrum Stoornis heeft." In mijn ogen werd mijn zoontje bijzonder. Zijn hersenen werken gewoon anders, niet beter of slechter. Hij kan ontwikkelen zoals wij allemaal, maar heeft een eigen aanpak nodig. Hij maakt wel contact, maar doet dat op zijn manier. Voor het eerst keek ik naar mijn zoontje en zag ik hem echt. 

En een lach verscheen op mijn gezicht.

Oplossingen gezocht

We staan nu aan het begin van een lange zoektocht naar het antwoord op een heleboel vragen:
- Hoe gaan we het beste met ons zoontje om? 
- Hoe kunnen we hem het best ondersteunen?
- Schakelen we professionele hulp in?
- Hoe pakken we zijn potjestraining verder aan?
- ...

Het is een ontdekkingstocht. Ik probeer geregeld mee te gaan in het wereldje van mijn kleine man. Soms kan ik er echt van genieten om hem bezig te zien. Wanneer hij zijn tong een beetje laat piepen tijdens het maken van een puzzel. Of met dromerige ogen naar buiten staart terwijl hij met mijn haar speelt. Of met een lach op zijn gezicht naar televisie kijkt en meedanst met Maya De Bij. 

Maar het fijnste van al is de realisatie dat onze kleine man graag bij ons is. Hij voelt zich goed bij ons, heeft ons graag in de buurt en maakt zelfs geregeld contact. Dan kijkt hij me aan met die grote blauwe ogen en steekt zijn tong uit. Als ik mijn tong terug uitsteek, lacht hij en op dat moment borrelt mijn hart over van liefde voor hem.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Over gevoelige peuters, huilende mama's en baby's die niet goed willen drinken

Ik heb het mama zijn echt grandioos onderschat, dat denk ik terwijl ik met rooddoorlopen ogen die nog naprikken van een gigantische huilbui met een baby op de buik en een jengelende peuter in de wandelwagen over straat loop. Where did I go wrong?


1. Jengelende peuter in de wandelwagen
"Is je zoontje misschien overgevoelig?" vroeg mijn buurvrouw ooit eens met de beste intenties. Ik kon haar eigenlijk wel dood bliksemen. Toegegeven, niet elke tweejarige heeft even veel last van de peuterpuberteit en onze kleine man zal waarschijnlijk bij diegenen zijn die er (heel) zwaar onder lijden, maar moet daar dan meteen een label opgeplakt worden? Oké, soms denk ik dat er vanalles 'mis' is met ons zoontje, maar ik wil niet dat iemand anders dat denkt. Dat is mijn alleenrecht als mama.

Soit, bijna drie weken geleden begon papa terug te werken en was de overgevoeligheid weer volop daar. De eerste dagen leek onze kleine man nog niet te beseffen dat 'papa zit weer op de boot' echt wel betekende dat papa niet naar huis zou komen voor enkele weken, maar na drie dagen drong het dan toch door. Vertaling: mama zat opgescheept met een ventje dat weer sneller boos en verdrietig werd. Om het allemaal een beetje draaglijk te houden, probeerde ik hem zo veel mogelijk af te leiden en geregeld mee naar buiten te nemen. 

Vandaar de peuter in de wandelwagen. Waarom hij jengelde? Who knows.

2. Mama's prikkende ogen
De afgelopen weken weigerde ons meisje geregeld de borst. Of toch een van de twee borsten. Hierdoor waren de voedingen al een tijdje minder. Het was echt superfrustrerend om een baby te hebben die maar niet goed wou drinken en dan ook nog eens pisnijdig werd van zodra ik haar toch wou aanleggen. De slechte voedingen waren nefast voor de melkproductie, wat mij enorm nerveus maakte. Eten geven werd meer en meer een gevecht in plaats van een moment om van te genieten. Dus deed ik nog eens beroep op onze vroedvrouw. (Amai, die verdient toch ook eens een doos chocolaatjes.)

Wat ik vreesde bleek waar: mijn meisje dronk niet genoeg. Ze was maar 100 gram bijgekomen op drie weken. Je moet geen dokter zijn om te weten dat dit niet voldoende is. Andere baby's worden lastig als ze honger hebben, beginnen te huilen, vragen vaker om de borst... Ons meisje niet. Ze had amper iets gedronken tijdens het bezoek van de vroedvrouw en lag even later op haar schoot te lachen. Ik heb een te makkelijke baby blijkbaar. (In contrast met mijn te moeilijke peuter. Balans noemen ze dat, nietwaar?) Met honger van tafel gaan, is geen ramp voor haar. Die lastige moeder die haar toch wil aanleggen, is veel erger. 

Omdat ik persé borstvoeding wou blijven geven moest ik terug naar het begin. Haar constant aanleggen en eten geven op vraag (uitzoeken wanneer zij erom vraagt, want ervoor huilen doet ze dus niet). Intussen heb ik trouwens een manier gevonden waarop ze doorgaans wel wil drinken. Mama moet rechtstaan, haar wiegen, soms ook zingen of op en neer bewegen. (En ik die dacht dat borstvoeding geven gemakkelijk zou zijn.) Daarnaast mocht ik ons meisje geen fopspeen meer geven want die zou haar hongergevoel te veel onderdrukken. Een hele aanpassing.

Tijdens het bezoek van de vroedvrouw kon ik mijn tranen niet onderdrukken. Hoe moest ik dat bolwerken met een peuter in huis? Ze sprak me moed in en vertelde over haar eigen ervaring. Over negatieve gevoelens die na haar bevalling allemaal naar boven kwamen waardoor ze na de geboorte van haar tweede kind een moeilijke tijd had. Emoties zoals deze kunnen vast komen te zitten en voor een remming van de melkproductie zorgen. Misschien. Ik herkende me voor een deel in haar verhaal. Het deel dat besefte dat er een hoop gevoelens waren die de borstvoeding geen goed deden. Al mijn angst, onzekerheid, boosheid en god weet wat nog, zaten daar als een grote mentale prop die melk tegen te houden.

Ik liet mijn tranen vloeien en zou dat de dagen daarna nog doen. Vandaar de rooddoorlopen ogen van mama.

3. Baby op de buik
Wat gebeurt er als je een baby geen fopspeen meer mag geven? Plots kan ze alleen nog maar in slaap vallen aan jouw borst of in de draagdoek. En omdat ik mijn tepels ook even wat rust wou gunnen, moest ik haar de afgelopen weken geregeld in de draagdoek zwieren. Ik voelde me net een aap die haar kleine aapje constant bij zich droeg. (Over natuurlijk ouderschap gesproken.) Het is veel makkelijker om je baby de fles te geven, een fopspeen in die mond te duwen als ze huilt en in een box weg te leggen om te slapen. En toch koos ik ervoor dat allemaal niet te doen.

Het is makkelijker om flesvoeding te geven, maar ik zou er wel die intieme momenten met mijn kind door missen. Het is makkelijker om de baby weg te leggen en alleen te laten slapen, maar ze dicht bij mij hebben voelt toch zo fijn. Het is makkelijker om baby en peuter niet op onze kamer te laten slapen, maar ik zou mijn kindjes nergens anders willen dan bij mij in bed want samen slapen geeft een erg verbonden gevoel. Het is makkelijker om een diepvriespizza in de oven te schuiven, maar zelf koken is zo veel gezonder en geeft zo veel meer voldoening. Ga zo maar door. Meer en meer begin ik te kiezen voor de weg die meer moeite vraagt, maar meer voldoening geeft.

De aanhouder wint

De gemakkelijke weg had opgeven geweest, maar mijn verlangen om borstvoeding te blijven geven liet dit niet toe. Ik wou die bijzondere ervaring met mijn dochter nog niet kwijt. Dus legde ik haar dagen als een gek aan, wandelde en wiegde erop los, zong voor haar en motiveerde haar om goed te blijven zuigen tot er melk kwam, huilde nog een paar keer toen de productie maar niet op gang wou komen.... tot de vroedvrouw vier dagen later onze meid kwam wegen en ze 200 gram bleek bijgekomen. 

Blij, opgelucht, voorzichtig hoopvol. Misschien gaat het ons dan toch nog lukken?


En intussen?

Haar gewicht blijft toenemen, maar mondjesmaat en de vroedvrouw blijft het nog steeds nauw opvolgen. 
Soms is mijn melkproductie weer goed, maar een paar dagen later moet ons meisje terug veel harder werken voor haar eten. Het vertrouwen in mijn productie is terug, maar iets zorgt er nog steeds voor dat de voedingen niet goed genoeg gaan. Dus ben ik naar een kinderarts geweest op zoek naar een achterliggende medische reden bij ons meisje. Het zou reflux kunnen zijn, vermoedde de dokter door een lichtjes rode keel. Twee weken Gaviscon geven na elke maaltijd zou moeten helpen. 
Al een week voorbij, maar nog geen resultaat.
Volgens de vroedvrouw zou de melk te hevig komen na mijn toeschietreflex en schrikt ze daarvan. Ik merk inderdaad dat ze zich aan de borst geregeld verslikt en daarna weigert verder te drinken. Maar op andere momenten komt de melk niet snel genoeg en is ze daar dan weer lastig om. Ik vermoed dat het gewoon niet snel goed is voor mijn dametje en dat ze simpelweg een moeilijke eter is.

We zijn er nog steeds niet, maar intussen lijkt het wel alsof mijn meisje soms terug liever aan de borst drinkt en dat is al een positieve wending. De ene dag gaat het beter dan de andere. Soms mag ik even gaan zitten en kan ik heel ontspannen genieten, maar meestal moet ik nog steeds staand eten geven en mijn hele trukendoos bovenhalen om haar aangelegd te krijgen. (Wat een mens al niet doet om toch maar borstvoeding te blijven geven.) 




Hebben jullie borstvoeding gegeven? Was dat bij jullie ook zo'n uitdaging of ging het allemaal vanzelf? (Of reageer anders maar niet als het allemaal vanzelf gegaan is :-))

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Vijf lessen die ik moet leren nu ik twee kids heb

Life as we know it is volledig voorbij nu baby nummer twee er is. Onze vroedvrouw had ons gewaarschuwd: eentje is geentje. En ik moet ze gelijk geven. Bij je eerste pasgeborene is er nog een periode waarbij je veel tijd hebt om samen met je ventje en de baby in de zetel te hangen, te genieten van alles wat je kleine spruit doet, te slapen wanneer je baby slaapt, de nieuwste series op Netflix erdoor te draaien, ergens iets te gaan eten, ... Ik noem het een soort overgangsperiode tussen het leven zonder en het leven met kind. Bij je tweede pasgeborene is er een peuter die het onmogelijk maakt om bovenstaand lijstje na te leven. Geen rust, amper tijd om volledig en alleen van je nieuwe aanwinst te genieten, laat staan dat je even wat tv kan kijken of iets voor jezelf kan doen. De dagen vliegen voorbij en voor je het weet is je kersverse baby al zes centimeter gegroeid en mag je haar eerste kleertjes in de herinneringsdoos opbergen (snif).

Het leven met twee kinderen, het is een grote verandering. En grote veranderingen die gaan altijd gepaard (bij mij toch) met veranderingen bij mezelf. Of beter gezegd: lessen die ik moet leren om de nieuwe situatie te baas te kunnen. Dit zijn de vijf uitdagingen die ik de afgelopen twee maanden ontdekt heb. De vijf lessen die ik moet leren of aan het leren ben nu ik twee kleintjes heb. 

Geniet van gestolen momenten

Het beetje tijd dat ik nog voor mezelf had, lijkt echt helemaal verdwenen. Ik weet gelukkig dat er terug meer tijd vrij zal komen naarmate die baby groter en zelfstandiger wordt en van zodra peuter naar de kleuterklas zal gaan (in november al!), maar voorlopig zitten we nog volop in het geen-tijd-voor-mezelf tijdperk. Behalve die korte gestolen momenten waarop baby en peuter slapen en ik even kan lezen in mijn boek of borstvoeding geef met de volgende tien minuten van Vampire Diaries op. Of wanneer ik na een uitzonderlijk goede nacht (of wat daar tegenwoordig voor doorgaat) voor de kinderen wakker wordt en nog eens een beetje kan schrijven. Zoooo-ot!

Leer loslaten

Tussendoor is het best genieten met onze twee kinderen. Zeker als mijn man en ik de taken kunnen verdelen of wanneer we met het hele gezin op stap gaan. Er zijn van die geweldige momenten dat je beide kinderen gelukkig zijn: eentje is mooi aan het spelen en de andere zoet aan het slapen of in haar relax aan het rondkijken. Van die momenten zou ik gerust een foto kunnen trekken en op Facebook zetten met de geïmpliceerde boodschap: zie eens hoe goed het ons afgaat met twee kids. Maar de realiteit is dat tegenover elk hemels moment een moment van totale chaos staat. 

Zo was ik met de baby in de draagdoek en de peuter op stap. De kleine man kreeg een van zijn driftbuien omdat we terug richting thuis moesten zodat kleine zus kon eten. Blijkbaar was ik zijn fopspeen vergeten. Gevolg: ik moest met een hongerige baby in de draagdoek ook nog eens een jammerende peuter op de arm meedragen. Wat was ik blij dat we eindelijk terug thuis waren! Of: Peuter moest gaan slapen. Hij heeft het nog altijd nodig dat ik naast hem op bed kom liggen totdat hij in slaap gevallen is. Baby moest dus haar grote broer mee te slapen leggen en besloot niet tevreden te zijn naast mama in het grote bed. Gevolg: zij begon te huilen waardoor niemand nog kon slapen. Ik stond recht om baby te troosten, maar dan begon peuter natuurlijk te jammeren. Wat werd ik gek van mijn twee jengelende kinderen. Aaargh! Op zo'n momenten zou ik gewoon mee willen huilen.

Hier ligt mijn grootste uitdaging: omgaan met de momenten dat ze me allebei nodig hebben. Dan heb ik het gevoel tussen hen te moeten kiezen en hoe doe je dat in godsnaam? Onze vroedvrouw gaat nog gelijk krijgen dat de grootste uitdaging zal worden: leren loslaten. Soms komt de baby eerst en dan weer de peuter, zo is het nu eenmaal. Ik kan er niet altijd volledig voor hen allebei zijn en alles altijd onder controle hebben. Omarm de chaos.

Omarm de verschillen

Hoe vreselijk ik die chaotische momenten ook vind, ze horen er nu eenmaal bij. Een betere organisatie kan al veel voorkomen en wat niet voorkomen kan worden, probeer ik dus los te laten. Wat ik echter niet kan loslaten is mijn eigen vreselijke houding. Daar stoor ik me mateloos aan. Ik kan het namelijk niet laten om mijn twee koters met elkaar te vergelijken en op momenten daar negatieve conclusies voor de één of de ander uit te trekken. Baby slaapt nu toch wel veel beter dan peuter vroeger deed. (Amai, wat was de babyperiode van onze eerste ellendig.) Baby lijkt minder knuffels nodig te hebben en ligt niet zo graag bij mama of papa op de arm. (Zou ons meisje minder lief blijken dan de kleine man?) Baby kan al een week eerder 'bewust lachen' dan peuter. (Zou ze alles sneller kunnen dan hem?)

Op zich kan dat vergelijken geen kwaad, maar ik merk dat mijn houding ten opzichte van ons zoontje er soms wat negatief door kleurt. Hij stapte laat, zijn spraak laat nu ook op zich wachten, laat staan dat ik al aan zijn zindelijkheidstraining durfde beginnen. Terwijl hij in november naar school zou mogen... En in plaats van vertrouwen te hebben in hem en zijn kunnen, stel ik in vraag of het allemaal wel goed zal komen. Nu ik een ander (gemakkelijker?) kind heb, besef ik pas dat het allemaal niet zo evident geweest is met hem. Het laatste wat ik wil, is nu met een negatievere bril naar hem kijken en zo zijn zelfbeeld beïnvloeden. Je kan niet geloven hoe schuldig dit me doet voelen. Zeker omdat het zo'n ongelooflijk lief en mooi ventje is met zo veel kwaliteiten. 

Laat ik me daar terug wat meer op focussen, op de kwaliteiten van mijn beide kindjes. Dan komt het wel goed.

Blijf regelmatig op date gaan

Van zodra er twee kinderen zijn, is het nog minder evident om naast mama en papa ook een koppel te blijven. Je bent echt continu met de kids bezig of één of andere huishoudelijke taak. Echt sexy is het leven niet. Mijn partner merkte op dat hij mij soms zelfs mama noemde in plaats van schatje. Vroeger gebeurde dat ook, maar altijd in een gesprek tegen de kleine man. Dat het nu in een gewoon gesprek tussen ons twee gebeurde, is ronduit griezelig! Tijd om terug regelmatig op date te gaan en er extra op te letten om naast mama en papa ook Ann en Ben te blijven. 

Hulp vragen mag (moet)

De schrik zit er momenteel in. Ik ben een beetje verwend de laatste maanden. Mijn man heeft twee maanden ouderschapsverlof genomen. Nog een kleine week en dan moet ik het twee weken alleen redden. Dan is er niemand meer om onmiddellijk op terug te vallen. Natuurlijk heb ik wel een netwerk waarop ik beroep kan doen: grootouders, de meter en een lieve buurvrouw. En daar ga ik zeker gebruik van maken. Ik moet het dus niet allemaal alleen doen. Op tijd een hulplijn inschakelen, is de boodschap. 


Ik ben niet zo goed in veranderingen en deze vijf lessen zal ik mij kennende geregeld vergeten. Het zal nog wel een tijdje afzien, zoeken, vallen en weer opstaan blijven. Maar tussendoor is het leven met twee kinderen soms ronduit geweldig en is het genieten van een gezin dat eindelijk compleet voelt...


Hoe was het voor jullie om van één naar twee of meer kinderen te gaan?
Nog belangrijke lessen die ik vergeten ben?
Laat het me zeker weten!

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS